TwitterFacebookEmail

Week 2017 – 24

De opluchting dat het lijden voorbij is. De glimlach over de mooie woorden die gezegd zijn. De warme welgemeende condoleances. Het artikel in de provinciale krant dat haar recht doet. Alle foto’s die we voorheen niet zagen omdat we zo’n haast hadden hebben we duizend keer bekeken. De bloemen op het graf die al verwelkt zijn. Langzaam maar zeker zakt de kruitdamp en begint duidelijk te worden wat er over is en wat uit ons leven verdween.

De periode tussen ons vijfenzestigste en vijfentachtigste levensjaar lijkt op een veldslag. Om ons heen vallen degenen die samen met ons het leven inhoud en vorm hebben proberen te geven weg, de dapperen met de eerlijke mond en ook de navolgers die eerst de kat uit de boom keken. Niemand ontkomt. Wijzelf evenmin, maar dat is minder erg, want als wij zelf sterven zal de hele wereld op dat zelfde moment verdwijnen. Dat onze vrienden en familieleden die de aanvullingen op ons geheugen bezitten verdwijnen is echter onverdraagbaar.

Er komt een maandagochtend, waarop we onszelf moed inspreken. “Het leven gaat verder.” Daarom ga ik naar de tandarts. Twee maanden geleden heb ik een vulling verloren toen ik in een land was waar nog pitten in de olijven zitten. Het leek lange tijd te onbeduidend te zijn om ernaar te laten kijken, maar als ik nu toch verder moet, dan liever zonder dat gat. De nieuwe tandarts zegt dat twintig jaar geleden zo’n kies gewoon getrokken zou zijn. De man is nog jong en legt uit: “Tegenwoordig wil iedereen zijn gebit behouden, maar dat is niet natuurlijk. We kunnen het nog een keer proberen te vullen, maar ik weet niet of het zonder wortelkanaalbehandeling of trekken kan.” Het voelt als een dreigement: wie jong wil lijken moet pijn lijden. Natuurlijk moet die kies in mijn mond blijven, want ik weet hoe het gaat. Eerst verlies je je kies, dan je geheugen, dan je eetlust, dan je geliefden en uiteindelijk is het afgelopen.

Op donderdag moet ik spreken over geluk, alsof ik weet wat dat is. Met vooruitziende blik had ik mijn presentatie ‘Geluk bestaat niet, maar soms zijn er momenten waarop we ons gelukkig voelen’ genoemd. Als dat gebeurt licht volgens wetenschappers die gebruik maakten van hersenscans het gebied van de precunius op. Het juiste adres? Mediale Zijlobstraat 22. Wataru Sato, de Japanse onderzoeker die dat ontdekt heeft zegt in een interview “I’m very happy that we now know what it means to be happy.” Is dit een oude Aziatische wijsheid of gaat de schoonheid van zijn wetenschappelijke ontdekking verloren in een onhandige vertaling?

Een Amsterdamse hoogleraar heeft drie genen gevonden waarmee de verschillen in geluk bij mensen verklaard kunnen worden en zegt dat het een ‘milestone’ is, want nu kunnen we het pas echt goed onderzoeken. Er is al zoveel gezocht naar wat ons gelukkig maakt. Geld maakt wel gelukkig hoor, maar slechts tot zekere hoogte, en leuke dingen kopen ook, maar dat duurt maar kort. Kinderen maken je echt niet gelukkiger. Ja het eerste kind, maar na een jaar zit je weer op normaal. We zijn trouwens het gelukkigst op ons 23ste en op ons 69ste. Daartussen gaan we door een dal, en vooral tussen ons 40ste en 50ste – als we doorkrijgen dat het niet helemaal gaat worden zoals we hoopten – hebben we het moeilijk. Een andere baan of een scheiding helpt meestal niet. Ik mag dan onlangs 69 geworden zijn, ik heb de laatste tijd allerminst het gevoel dat ik op een roze wolk zweef.

Er is een langlopend onderzoek naar wat ons gelukkig maakt, uitgevoerd door de Harvard Universiteit. Al 75 jaar wordt een groep mannen gevolgd die elke twee jaar vragen beantwoordt over wat hen gelukkig maakt. Daaruit blijkt dat familie en vrienden het belangrijkst zijn. Wie ze niet heeft en niet gemakkelijk contact maakt wordt eenzaam en gaat dood. We bedenken van alles om dat tegen te gaan. In Japan bestaan knuffelcafés en in Amerika zijn er knuffeltherapeuten, die je voor 250 dollar per uur een tijdje in hun armen nemen. Dan komt er veel knuffelhormoon vrij, maar het is niet hetzelfde als zussen, broers, beste vrienden en beste vriendinnen.

Natuurlijk blijven ze in onze gedachten en ons hart, maar je kan geen ruzie meer met ze maken. Dat zullen we in ons eentje moeten doen. Met iedereen die we verliezen lekt iets van ons eigen leven weg en om dat te stoppen moeten we zorgvuldig alle herinneringen aflopen en ze in de goede volgorde zetten zodat het verhaal weer klopt. We beseffen dat het belangrijk is, maar het is moeilijk en zouden het liever verdringen.

De rouw negeren is als doorrijden met een lekke band.

14 thoughts on “Week 2017 – 24

  1. Ivan, ik heb twee zusjes vlak na elkaar, verloren. We waren inderdaad ‘partners in crime, geheimenbewaarders, verdedigers, alles delen, maar soms ook ruzie (Oh, wacht maar, ik zal………..’).’ Nu ze er niet meer zijn kan dat niet meer. Maar ik praat wel veel met ze. Vraag ze wat, deel ze wat mee of vertel zomaar iets; zijn ze altijd bij me……

  2. Het is ontzettend zwaar om te wennen aan het feit dat je geliefden die zijn overleden nooit meer kunt zien, spreken, knuffelen. Samen lachen, samen mooie dingen be-leven> kortom l e v e n ! Alle heerlijke vanzelfsprekendheid van het leven verdwijnt sluipenderwijs. Wij mogen ons in ieder geval gelukkig prijzen ontelbare gelukkige tijden meegemaakt te hebben ( ook een Oosterse wijsheid? 😉 ) . En achja, tandartsen en doktoren …en dierenartsen niet te vergeten. Ik heb dat betreft een gezond wantrouwen opgebouwd door veel negatieve ervaringen. Het is maar één persoon met wie je te maken hebt, dus altijd gaan voor een second opinion! Vorige maand had ik ook gebitsproblemen. Een kies, die volgens de ene tandarts niet meer te redden viel en volgens hem door de kaakchirurg verwijderd moest worden, zit nu gelukkig nog steeds redelijk gaaf in mijn mond inclusief de kroon die er uit was gevallen (omdat een stuk van de eigen kies was afgebroken). Ik was door ‘s mans mededelingen wel een week behoorlijk depressief, want je voelt je meteen geweldig aftakelen door zoiets. Maar ben gelukkig naar een andere tandarts gegaan voor een second opinion en die heeft eea netjes en probleemloos weten te herstellen. En tenslotte …ik meen te weten dat genen door externe invloeden en psychische invloeden nog kunnen veranderen. Beslist niet alles valt er aan op te hangen. Heeft bijvoorbeeld een Dick Swaab ooit de hersenen vergeleken van babies met het kind of de volwassene die ze later werden? Heeft Swaab überhaupt hersenen van babies onderzocht? En waarom heeft die Harvard University alleen mannen bestudeerd? Het schijnt dat alleenstaande vrouwen het oudst worden. Misschien een indicatie dat ze minder afhankelijk zijn van gezelschap van partner of familie?
    (Je bent in ieder geval soixante- neuf 😉 Dat geeft in ieder geval enige reden tot vrolijkheid .

  3. Ik knipte een artikel uit een proviciale krant. Mooi geschreven. Je stuk is mooi en indrukwekkend. Ik denk ook regelmatig aan wat ik mijn broer had willen vragen. Hij was een verlengstuk van mijn ook niet slechte geheugen. Het doet pijn en aanvaarden is de enige optie maar de pijn blijft al fluctueert die van moment tot moment. Je pakt de draad op simpelweg omdat er geen andere weg is.
    Dank voor je beschouwing!

  4. Ze nemen inderdaad de aanvullingen op ons geheugen mee, net of er een stuk van jezelf verdampt, nooit meer terug te halen.
    Ik troost me met de gedachte dat we op de een of andere manier allemaal op dezelfde plek terecht komen, om het er nog eens fijn over te hebben en verloren knuffels in te halen.
    Een knuffel kopen voor 250 euro…. ik zou de hele tijd alleen maar tellen tijdens het vasthouden, 50 euro, 75 euro, voel ik dat?

  5. Zinnen als poëtische parels.
    Rake filosofische bespiegelingen
    die een ketting rijgen
    Eén parel is als mooi,
    Als ketting mooier,
    Maar gehangen om het leven zelf
    het allermooist!

    Dank wederom voor je mooie bespiegelingen!

  6. In de oceaan van het leven woeden stormen. En ja er slaan vrienden overboord maar soms stappen onverwachts mensen op je schuit en worden nieuwe vrienden. En ik spreek over vrienden en niet over broers of zussen want die heb ik niet dus ik weet ook niet wat voor een band tussen broers en zussen ontstaat. Wat ik wel zie is haat en nijd tussen broers en zussen en met elkaar verbonden omdat ze familie van elkaar zijn maar verder niets delen dan alleen de hekel aan elkaar. Dan ben ik blij met mijn vrienden, als ze van de schuit af willen kan dat en als je uit elkaar groeit neem je afscheid van elkaar.

  7. Mooi ivan n herkenning de eerste 4 regels ! De dagelijkse omgang, n kopje koffie n telefoontje over n stuk in de krant wat ons opwond, het verdriet is onverteerbaar , zal nooit slijten, dat hoeft ook niet het is wat het is ! Het is de kunst om te leren omgaan met verdriet !
    Verder gaan met het leven , heb het lief dat is door de dood niet veranderd !

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

CyberChimps